Explosieveiligheid
RI&E explosieveiligheid, zonering en het EVD
Werkt u met brandbare gassen, vloeistoffen of poeders, dan verplicht de wet u het explosiegevaar te beoordelen en vast te leggen. Ik doe dat onderzoek en lever een document waar u ook echt iets aan heeft.
Wanneer heeft u hiermee te maken?
Explosiegevaar is geen onderwerp dat alleen bij de petrochemie speelt. Het komt voor bij het overpompen en afvullen van brandbare vloeistoffen, bij verfspuiterijen, bij het verwerken van meel, suiker, hout of metaalpoeder, bij acculaadstations, bij biogas- en waterstofinstallaties en bij afvalverwerking.
Een veelgebruikte vuistregel is dat u er rekening mee moet houden zodra er meer dan enkele kilo’s brandbare vloeistof of gas in het spel is, of enkele honderden grammen brandbaar stof. Twijfelt u, dan is een korte beoordeling vaak genoeg om uit te sluiten dat er een probleem is. Dat is ook een goede reden om het te laten doen: uitsluiten is net zo waardevol als aantonen.
Wat de wet van u vraagt
De verplichtingen staan in het Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 3, paragraaf 2a, artikel 3.5a tot en met 3.5f. Daarmee is de Europese richtlijn 1999/92/EG in Nederlandse wetgeving omgezet, in de praktijk vaak ATEX 153 genoemd.
De kern is kort samen te vatten. U beoordeelt de gevaren die met explosieve atmosferen samenhangen. Blijkt uit die beoordeling dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, dan deelt u die gebieden in gevarenzones in. De maatregelen die daaruit volgen legt u schriftelijk vast in een explosieveiligheidsdocument.
Voor de gevarenzone-indeling wordt in Nederland doorgaans de praktijkrichtlijn NPR 7910 gebruikt: deel 1 voor gasexplosiegevaar, deel 2 voor stofexplosiegevaar. Die richtlijnen zijn gebaseerd op de internationale norm NEN-EN-IEC 60079-10.
De zones, kort uitgelegd
Een gevarenzone zegt iets over de kans dat er een explosieve atmosfeer aanwezig is, en daarmee over de eisen aan apparatuur die daar mag staan.
- Zone 0 / 20Een explosieve atmosfeer is voortdurend of gedurende lange perioden aanwezig. Denk aan de binnenzijde van een tank of een filter.
- Zone 1 / 21Bij normaal bedrijf kan af en toe een explosieve atmosfeer ontstaan, bijvoorbeeld rond een vul- of afblaaspunt.
- Zone 2 / 22Een explosieve atmosfeer is onwaarschijnlijk en dan nog kortdurend. Meestal het gebied rond de zones 1 en 21.
De nummers 0, 1 en 2 gelden voor gassen, dampen en nevels. De nummers 20, 21 en 22 gelden voor stof. De omvang van een zone hangt af van de gevarenbron, de eigenschappen van de stof, de ventilatie en de bouwkundige situatie. Een goede tekening houdt dus rekening met wanden, vloeren en afzuiging, en dat is meteen de reden dat zones in de praktijk zelden ronde vlekken zijn.
Zoneren is geen doel op zich. Het doel is dat u zo min mogelijk zones overhoudt. Betere ventilatie, een gesloten overslag of een aangepaste werkwijze levert vaak meer op dan het vervangen van apparatuur. Daar begin ik dan ook mee.
Hoe ik het aanpak
Ik begin op locatie. Welke stoffen zijn er, in welke hoeveelheden, wat gebeurt er tijdens normaal bedrijf, en wat gebeurt er bij onderhoud, storingen en schoonmaak. Dat laatste wordt vaak vergeten en is juist waar het misgaat.
Daarna volgt de beoordeling: waar kunnen explosieve atmosferen ontstaan, hoe vaak en hoe groot. Dat vertaalt zich naar een gevarenzone-indeling met tekeningen. Vervolgens kijk ik naar de ontstekingsbronnen die in die zones aanwezig zijn: apparatuur, statische elektriciteit, hete oppervlakken, mechanische vonken, en werkzaamheden zoals lassen en slijpen.
Het resultaat is een explosieveiligheidsdocument met de beoordeling, de zone-indeling, de beoordeelde ontstekingsbronnen en een plan van aanpak met concrete maatregelen. Geen boekwerk van honderd pagina’s, maar een document dat uw mensen kunnen lezen en dat u bij een inspectie kunt laten zien.
Wat u krijgt
- Een beoordeling van het explosiegevaar op uw locatie
- Gevarenzone-indeling met tekeningen, onderbouwd volgens NPR 7910
- Ontstekingsbronnenanalyse per zone
- Een explosieveiligheidsdocument met plan van aanpak
- Een toelichting op locatie, zodat het bij uw mensen terechtkomt en niet in een la
Veelgestelde vragen
Wanneer heb ik een explosieveiligheidsdocument nodig?
Zodra uit de beoordeling blijkt dat er op uw bedrijf explosieve atmosferen kunnen ontstaan, moet u maatregelen treffen en die schriftelijk vastleggen. Dat vastleggen is het explosieveiligheidsdocument. Het is dus geen losse verplichting, maar het sluitstuk van de beoordeling. De beoordeling zelf hoort er altijd te zijn als er met brandbare stoffen wordt gewerkt.
Wie mag zo’n beoordeling uitvoeren?
De werkgever is en blijft verantwoordelijk. In de praktijk laten bedrijven het opstellen aan iemand met kennis van zaken, omdat er een gevarenzone-indeling en een ontstekingsbronnenanalyse aan vast zitten. Een RI&E moet bovendien worden getoetst door een gecertificeerde kerndeskundige, zoals een hoger veiligheidskundige.
Wat is het verschil tussen zone 0, 1 en 2?
Het verschil zit in hoe vaak en hoe lang een explosieve atmosfeer aanwezig is. Zone 0 betekent voortdurend of langdurig, zone 1 af en toe bij normaal bedrijf, zone 2 zelden en dan nog kortstondig. Voor stof gelden dezelfde categorieën onder de nummers 20, 21 en 22.
Is mijn explosieveiligheidsdocument nog geldig?
Er staat geen houdbaarheidsdatum op, maar het document beschrijft een situatie. Verandert die situatie, bijvoorbeeld door een nieuwe installatie, een ander product, een verbouwing of gewijzigde ventilatie, dan klopt het document niet meer. Veel documenten die ik tegenkom zijn nog aanwezig maar inhoudelijk achterhaald.
Deze pagina geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. De actuele wettekst vindt u in het Arbeidsomstandighedenbesluit op wetten.overheid.nl.